Domaine Christian Marie

Christian Décembre
Domaine Christian Marie
2, avenue de la Résistance
11700 Pépieux

Waarom Christian Décembre?
Sinds ik het artikel van Louis Julian, “Un antioxydant dangereux pour la santé”, weet ik wat meer over zwavel en wijn. Ik leg het uit. Na de kolonisatie van Algerije zijn de Fransen daar begonnen met het aanleggen van wijngaarden en het maken van wijn. Dat eerste lukte wel, maar dat tweede lukte niet. De temperatuur in Algerije is te hoog om de wijngist zijn werk te laten doen. De gistcellen riskeren eenvoudigweg een wisse dood tijdens hun werkzaamheden. De Fransen probeerden de temperatuur van de vaten naar beneden te krijgen, maar dat lukte niet goed. Wat wel lukte was het toevoegen van sulfiet. De sulfieten vertragen namelijk sterk de werking van de gistcellen, waardoor er dagelijks minder warmte vrijkomt. Door de vertraging kan de fermentatie – en daarmee de warmte - over een langere periode worden gespreid, waardoor de gistcellen kunnen overleven. Een ander voordeel bleek de sterke antiseptische werking. Een groot voordeel voor de wijnmaker die het niet zo nauw neemt met de hygiëne.
Op een gegeven moment zijn de sulfieten de Middellandse Zee “overgestoken” en beetje bij beetje hebben ze de Franse wijnwereld volledig veroverd. “Volledig”, want praktisch elke wijnboer voegt sulfiet toe; een wijn zonder sulfiet is een uitzondering. Dat is jammer, sulfiet is niet echt gezond. De ADI (Aanvaardbare Dagelijkse Inname of Acceptable Daily Intake) ligt op 49 mg voor een man van 70 kg. Dat is niet veel, pakweg drie glazen rode wijn als u geen garnalen eet; garnalen zijn bekend door hun hoog sulfietgehalte. Als dit te theoretisch is, drink dan een wijn met veel sulfiet in een te grote hoeveelheid en de volgende dag maakt de hoofdpijn duidelijk dat sulfieten en ons lichaam niet goed samenwerken. Het is daarom beter een wijn zonder sulfiet te drinken. Die zijn echter moeilijk te vinden. Ik ken geen normale wijnen zonder sulfiet. Wel ken ik enkele biologische wijnmakers die geen sulfiet gebruiken. Een daarvan is Christian Décembre. Hij maakt echter niet veel wijn met zijn 1,5 hectare. Is dat alles? Ja, dat is alles. Hoe kan hij daarvan in godsnaam leven? Dat weet ik niet, maar dat is wel een extra reden om hem een bezoek te brengen.

Een spervuur van harde woorden
Wij rijden Pépieux binnen. Het dorpje waar zich Domaine Christian Marie, het domein van Christian Décembre, bevindt. Pépieux heeft een echte geschiedenis. Het bestaat al sinds de 9e eeuw en het dorp werd een vesting in de 12e eeuw. De geschiedenis van Domaine Christian Marie is minder indrukwekkend. Het domein bestaat pas 17 jaar en het gebouw in de vorm van een kleine U is bescheiden. Zo bescheiden dat ik de auto niet kan parkeren op de cour; er staat al een auto. Het gebouw is klein, maar efficiënt. Links een terras, een proeflokaaltje en het magazijn voor de flessen. Rechts een afdak voor de tractor en de “cave”. In het midden zijn kleine appartement en daarboven een vakantiehuisje voor de verhuur. En daar is Christian Décembre zelf. Hij laat ons zien hoe hij zijn appartement zelf aan het renoveren is. Zo zien wij hoe een van de oude betonnen wijnreservoirs (cuve) is getransformeerd tot een kantoortje. Na zijn appartement is het de beurt aan de “cave”.


Domaine Christian Marie: de cave

Daar laat Christian ons zijn echte karakter zien, een spervuur van harde woorden gericht op de overheid, de verschillende agrarische instellingen en de grote chemische wijnboeren.

Dom en gehoorzaam
Als Christian het heeft over “chemische wijnboeren”, dan heeft hij het over de wijnboeren die verslaafd zijn aan kunstmest, chemische bestrijdingsmiddelen en hun dealers. Hij vindt ze dom en gehoorzaam.
“Alle chemische wijnboeren worden keurig op de hoogte gehouden door de distributeurs/dealers van de bestrijdingsmiddelen. Die distributeurs houden continue een vinger aan de pols en zeggen dan bijvoorbeeld, ja, we hebben de nodige vlinders gesignaleerd en in zulke hoeveelheden, dat het toch wel noodzakelijk wordt om te behandelen met ons product XYZ. De chemische wijnboeren springen dan op hun tractor en spuiten dan braaf een dagje met XYZ op hun wijnvelden.”
Christian is niet braaf. Hij behandelt niet met chemische bestrijdingsmiddelen, hij behandelt met natuurlijke middelen. Maar belangrijker, hij behandelt alleen als het nodig is. Hij observeert zelf.
“Ik ben altijd in de wijnvelden, ik doe alles met de hand. Daardoor weet ik dus of er vlinders zijn, en zo ja, of er te veel vlinders zijn. Ik heb dus niets gezien, ik heb dus niets gedaan en ik had geen enkel rupsje.”


Zwavel
Op de site www.cyberpresse.ca kan met een artikel lezen van de bekende criticus Jacques Benoit : « Pourquoi des sulfites ? ». In dat artikel schrijft hij: “Y a-t-il des vins sans sulfites ? De toute évidence, non, quoique tous les bons viticulteurs en emploient le moins possible, comme le recommande Peynaud.” Met andere woorden, nee, wijn zonder sulfiet bestaat niet.
Als Christian met andere wijnboeren praat wordt hetzelfde plaatje afgedraaid.
“Als ik hun vertel dat ik geen zwavel gebruik, geloven ze me niet. Ze zeggen dan: dat kan niet, hoe hou je dan je wijn dan goed? Hoe doe je dat? Want zij, zij gooien hun hele vat vol met zwavel, om zeker te zijn. Ze zeggen, als ik er maar voldoende zwavel bij doe, heb ik geen probleem als er lucht bij komt. Ze hoeven dan ook niet elke dag te controleren, nee, ze kunnen de hele dag thuis blijven. Zo gaat dat bij hen.”
Christian voegt geen zwavel meer toe.
“Als je nou heel voorzichtig bent, je controleert continue je vaten, je proeft elke dag, nou, dan is er geen enkele reden om zwavel toe te voegen. Ik voeg geen zwavel toe en ik heb niets, geen enkel probleem, nooit een naar smaakje. Het is moeilijk te geloven. Ze zeggen dan, hé, je moet wel een naar smaakje hebben, je kan geen wijn zonder zwavel maken.”
“OK, in het begin heb ik ook wat zwavel toegevoegd, gewoon, zoals iedereen. Maar later, ben ik gaan minderen, ik deed maar de helft erin van wat ze me zeiden. Gewoon, steeds minder en minder en op een gegeven moment realiseerde ik me dat ik ook niets kan toevoegen. Nu is mijn neus zo gevoelig geworden, dat ik de zwavel niet meer kan verdragen. Ik kom niet meer in een “cave” waar ze zwavel gebruiken”.


Het “comité de dégustation”
Een wijn moet zijn AOC verdienen. De wijnmaker moet in de lente zijn wijn laten keuren door het zogenaamde “comité de dégustation”. Die keuren de wijn, de wijn moet qua smaak, geur en kleur conform de AOC zijn. Als dat niet zo is, wordt de wijn afgekeurd en kan de wijnmaker dus niet AOC op zijn etiket zetten. Het wordt dan een “Vin de Table”. Het “comité de dégustation” had de gewoonte om de wijnen van Christian af te keuren.
“Als je de gebaande wegen verlaat, als je de gestandaardiseerde marketingsmaak verlaat, dan heb je een probleem. Die marketingsmaak, dat is dus de smaak van de wijnhandelaren, de verkopers en de marketingjongens, allen verzameld in dat “comité de dégustation”. Goed, ze hebben dus dat fabrieksmaakje gedefinieerd. Maar ja, als je geen gist toevoegt, als je geen zwavel toevoegt, dan krijg je een natuurlijke smaak en dat lijkt echt niet op dat fabriekssmaakje. In het begin werden mijn wijnen afgekeurd, want “atypisch”. Feitelijk zijn er twee redenen om een wijn af te keuren.
De eerste reden is als de wijn nog niet zijn laatste gisting heeft doorgemaakt. Bij mij is alles natuurlijk, dus de laatste gisting begint pas in juni en soms nog later. Maar ja, je moet dus wel voor 31 mei je flesjes inleveren bij het comité. Kortom, dat wordt meteen afgekeurd en dat wordt dan een “Vin de Table”, of ik moet het aanmelden als een “Vin de Pays’, dan kan je de flessen nog tot 31 december inleveren. Maar goed, het probleem is dus dat de planning van het comité niet klopt met het natuurlijke verloop van de gisting.
Verder heb je nog het probleem van de smaak. Ik heb dus een wijn die naar druiven smaakt en niet naar een fabriekssmaak. Het is dan ook logisch dat de mensen van het comité mijn smaak als atypisch beschouwen. Ze zeggen niet: het is goed, ze zegen niet: het is slecht, ze zeggen: het is atypisch en dus keuren we het af. Tot twee jaar geleden was dat altijd het geval en ineens is dat veranderd. 2005 en 2006 zijn tot mijn verbazing goedgekeurd. Waarom? Ik weet het echt niet.”


Over de biologische cultuur
Christian denkt dat de grootschalige voedingsindustrie op enig moment de biologische markt gaat overnemen op hun kenmerkende manier: groot en industrieel.
“Op een gegeven moment komen de industriële biologische producten de markt op. Over een paar jaren zijn het de grote industriëlen die biologisch zijn, de jongens met honderden hectare. Als ze maar een minimum aan bestrijdingsmiddelen gebruiken, mogen ze al het logo voeren. Maar hun producten hebben niets te maken met de wijn van een kleine producent, die in zijn essentie een echt natuurproduct maakt.
Biologisch, dat is nu in, de mensen praten erover. Nu zeggen ze niet meer, biologisch is onmogelijk. Nu zeggen ze, ja, biologisch, dat is het en overal vind je nu biologische producten. De supermarkten beginnen nu ook de eerste industriële biologische producten te verkopen: biologische bonen die dankzij de substraatcultuur niet de grond hebben gezien, biologische kippen die van hun leven niet levend buiten zijn geweest. Hoe komt dat? De supermarkten willen graag hun deel van de koek en die koek wordt steeds groter. In Frankrijk is het aanbod geringer dan de vraag en die vraag is al zo klein in vergelijking met andere landen in Europa. In Frankrijk is maar 2% van de cultuurgrond biologisch; dat is echt niets. Het is daarom zo belangrijk dat de kleine producenten zich actief opstellen en als enige echte en natuurlijke biologische producten aanbieden.


De rosé vloeit in de “cave”
Christian Décembre gunt ons een kleine pauze om zijn “cave” te bezichtigen. Alles ziet er netjes en opgeruimd uit. Hij laat ons alles zien en daar we geen vragen meer hebben, plaatst hij een karaf onder de kraan van een van de grote vaten en draait deze even open. De rosé 2007 stroomt in de karaf.


Domaine Christian Marie: Christian Décembre en zijn rosé

Even later vloeit de rosé in onze glazen. Wij ruiken, we proeven en we lachen. Deze wijn maakt indruk.

Verificatie van een biologische cultuur
Om het logo van een biologisch keurmerk op een product te mogen plaatsen, dient een verificatie van de cultuur plaats te vinden door een van de door de overheid aangewezen instellingen. Christian Décembre heeft Ecocert gekozen. Maar hij is niet helemaal blij. Hij vindt het belachelijk dat hij moet betalen om te bewijzen dat zijn wijn geen chemische middelen bevat. Hij vindt het veel rechtvaardiger als het de “chemische wijnboeren” zijn die betalen. Het zijn immers zij die vervuilen en niet hij.

Een wijngaard van 1,5 hectare
Christian Décembre is zijn carrière begonnen in de elektrotechnische industrie, daarna de informatica bij grote bedrijven als 3M, Canon en Alcatel. In 1987 keerde hij terug naar Pépieux en begon daar met een enkele wijngaard wijn te produceren. Tegenwoordig is die hobby uitgegroeid tot een bedrijf. Niet met de grootte van 3M, Canon of Alcatel. Christian heeft 1,5 hectare en dat heet zeer klein. Maar, vertelt hij, dat kan voldoende zijn om van te leven.
“Met 1,5 hectare wijngaard produceer je ongeveer 50 tot 60 hectoliter, dat komt neer op 6.000 tot 8.000 flessen. Als je verkoopt voor 5 euro per fles (inclusief BTW), dan hou je exclusief BTW ongeveer 4 euro per fles over. Van die 4 euro ben ik ongeveer 2 euro kwijt aan kosten, denk dan aan het onderhoud van de wijngaard, flessen, kurken en etiketten, overige belastingen en de commerciële kosten. Ik hou dus ongeveer 2 euro per fles over. Bij 8.000 flessen levert dat netto 16.000 euro per jaar op. Dat komt neer op ongeveer het minimumloon, mits je geen financieringslasten hebt. Als je ook nog eens rente en aflossing moet betalen, dan red je het niet. Ik heb al mijn besparingen de afgelopen 20 jaar in mijn wijn gestoken en ik heb daarom geen schulden.”


Een wijnanarchist
Christian is niets meer of minder dan een anarchist, een anarchist op wijngebied. Hij lapt de franse gebruiken en regels op wijngebied eenvoudigweg aan zijn laars. Hij heeft zijn eigen weg gekozen voor zijn cultuur, de pluk, de vinificatie en de verkoop. Zijn rosé bewijst dat die keuze niet slecht is.


Domaine Christian Marie: de wijnen