Domaine Sainte Juste
10 Route d'Albas
11360 Durban-Corbières
De eerste keer
Enige jaren geleden heb ik voor de eerste keer een wijn van Domaine Sainte Juste geproefd. Dedou, mijn buurman, kwam langs met een fles zonder etiket, maakte deze open en liet mij proeven. Ik dronk en was verbaasd: een atypische wijn die alleen maar aan zwarte bessen deed denken en moeilijk met een gerecht te combineren zou zijn. Dedou vertelde dat hij een BIB van 10 liter had gekocht bij Domaine Sainte Juste en zelf de nodige flessen had gevuld. Wij waren beiden van mening dat deze wijn meer verdiende dan een BIB van 10 liter.
Later heb ik een bezoek gebracht aan Domaine Sainte Juste. Rémy, de wijnmaker, legde mij uit waarom hij die wijn in BIB’s van 10 liter verkocht. Zijn vaten waren vol en de prijzen waren laag, de wijncrisis had hem in volle hevigheid geraakt en de BIB was min of meer zijn redding,
Vandaag stap ik in de auto om hem weer te bezoeken. Wij hebben echter niet veel zin; het is te koud, het is te vroeg en er is een zware mist. Vijf minuten later zijn wij bij Jean-Louis, deze wijnamateur gaat mee. Hij kan niet de mist verjagen, maar vrolijkt ons wel op, waardoor de twee uur naar Durban-Corbières minder lang lijken. Bij het domein aangekomen, worden we verwelkomd door de glimlach van Rémy en Ulrike. Na een half uurtje koetjes en kalfjes nodig ik Rémy uit zijn verhaal te vertellen.
Het prille begin
Een familiegeschiedenis, zijn vader en ook zijn grootvader hadden hier al een domein en het is zijn grootvader die de “cave” heeft laten bouwen. Rémy is dan ook min of meer geboren tussen de druiven en in zijn jonge jaren werkte hij de vrije dagen en de weekends samen met zijn vader. Kortom, geen kantoortype. Op zestienjarige leeftijd begint hij een opleiding voor wijnmaker en twee jaar later – zijn vader heeft dan ernstige gezondheidsproblemen – neemt hij de leiding van het domein over. Ineens is hij een echte wijnmaker, een ambitieuze wijnmaker zelfs.
Domaine Sainte Juste: Remy Miquel
Groei, groei en groei
Een ambitieuze wijnmaker, want “ ik wilde groeien, meer en meer hectares kwamen erbij, ik kocht of ik pachtte de grond. Altijd zei ik ja, ja, ik doe het.” Hoe was dat mogelijk? “Mijn vader en mijn grootvader, waren van de oude school, ze werkten goedbeschouwd biologisch, ze kenden geen chemische bestrijdingsmiddelen. Mijn generatie, is die van de bestrijdingsmiddelen. Dat was namelijk nieuw, dat was vooruitgang, dat was als magie. Je boekte enorme tijdwinst en het was zo makkelijk. Daarnaast lagen de wijngaarden er zo keurig bij, geen enkel sprietje onkruid.”
Dankzij de magie kon Rémy expanderen en was hij een belangrijke cliënt bij de Crédit Agricole. Vanaf 1980 is alles bij hem sterk gegroeid: het aantal hectaren, zijn opbrengsten, zijn kosten en zijn bankkrediet. Eind 1980 moest de wal het schip wel keren. De zoveelste wijncrisis (ongeveer elke 10 jaar is er een crisis) brak uit. Ineens waren zijn problemen 25 hectaren groot. Hij is er zonder kleerscheuren afgekomen, maar had niet zijn les geleerd.
De echt zware jaren
In 1994 associeerde Rémy zich met zijn broer: “Samen waren we groot en sterk.“ En ja, ze waren groot met hun 35 hectaren, maar die jaren kwamen er ook grote problemen op hen af. Ze leenden weer te veel geld voor de bouw van een nieuwe “cave” en vergaten dat op een gegeven moment moet worden afgelost. Daarnaast kreeg Rémy steeds meer problemen met zijn gezondheid. “Elke dag zat ik op mijn tractor om gif rond te spuiten.” Nu weet hij het wel, die chemische bestrijdingsmiddelen zijn niet echt goed voor hem. Maar in die tijd, met 35 hectaren druiven en een ongeduldige bank, had hij echt geen tijd om zich om zijn gezondheid te bekommeren. “ Ik was volledig gedeprimeerd en ik ging als een blinde vink maar door.” Het keerpunt was een mooie jonge Duitse vrouw. Die wilde - volgens een vriendin uit het dorp - graag muziek met iemand maken en dat werd Rémy. In die tijd kwam hij ook mensen tegen die spraken over biologische landbouw: “een landbouw zonder gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen, dat was pas echte magie. Langzaam maar zeker werd Rémy rijp om stop te zeggen tegen zichzelf.
Een engels bezoek
Iemand klopt aan de deur. Rémy doet open en 5 personen lachen ons verlegen toe. Ze zijn uit Engeland gekomen om de wijn van Domaine Sainte Juste te proeven. Rémy neemt ze mee naar de “cave’ en ik volg om foto’s te nemen.
Domaine Sainte Juste: la cave
Gedurende een halfuur is hij de perfecte gastheer. Hij laat ze zijn wijnen proeven en beantwoord braaf al hun vragen. Ik kan er niets aan doen, maar ik hoor alles wat de groep Engelsen onderling tegen elkaar zegt. Ze vinden Rémy erg aardig, maar begrijpen niet altijd wat hij zegt. Ze vinden de “cave” een rotzooi en erg Frans. Ze begrijpen niet waarom ik al die foto’s maak. Verder besluiten ze om veel wijn te kopen. Even later zie ik dat ze proberen een te groot aantal flessen in de kofferbak te plaatsen. Met een vrolijke lach vertrekken ze. We keren terug naar het huis en ik vraag aan Ulrike haar verhaal te vertellen.
Aankomt op 31 december 1999
Ulrike kwam ‘s- avonds 31 december 1999 aan in Durban-Corbières. Ze was toen 19 jaar oud, had veel energie en ook veel zin in haar verblijf van zes maanden in dat dorp.
Domaine Sainte Juste: Ulrike Miquel
Zes maanden om Frans te leren. Zes maanden kost en inwoning bij een vriendin tegen enkele uren werk per dag, een goede ruil voor haar. Een paar maanden later slaat de twijfel toe. Met haar Duitse vriendin praat ze alleen haar moedertaal, met haar Frans is ze dan ook niet veel verder gekomen. Verder is Durban-Corbières niet bepaald Parijs, zeker niet in de winter. Het is zo saai, dat de komst van de postbode al een feest is. Ook mist ze haar viool. Gelukkig is Durban-Corbières niet zo klein dat er niemand te vinden is met wie ze muziek kan maken. Haar vriendin regelt voor haar iemand: Rémy. Met hem gaat ze spelen en vanaf dat moment is Durban-Corbières geen saai dorp meer.
Ulrike is een “Groene” en als ze leert dat Rémy wijnmaker is en denkt aan biologische wijn, wordt Durban-Corbières ook een interessant dorp. Kortom, de laatste maanden van haar verblijf vliegen om. Het afscheid van Rémy is wel erg moeilijk en eenmaal aangekomen in Duitsland beseft ze dat het leven zonder Rémy saai is. De aankomst van de postbode verandert daar echt niets aan; Ulrike is namelijk verliefd. Wat te doen? Enkele weken later neemt ze weer afscheid van haar ouders en vertrekt ze een tweede keer naar Durban-Corbières, nu voor langer dan 6 maanden.
Vliegende spaghetti
Het is middag en ik stel voor om ergens wat te gaan eten. Mijn teamgenoten krijgen echter niet de tijd om te reageren. Ulrike beslist meteen dat we bij haar moeten eten en Rémy legt uit dat we nog zijn wijn moeten proeven. We blijven, proeven zijn rode en witte wijnen en zijn zeer tevreden. Ulrike serveert ons een spaghetti Bolognese en ik leer Yan spaghetti eten met een vork en een lepel. Yan is pas twee jaar oud waardoor er zo nu en dan sprake is van vliegende spaghetti. Hij is wel sterk in zijn talen en ik kan zowel Frans als Duits met hem spreken. Na de maaltijd gaat Rémy verder met zijn verhaal.
Ik zei STOP
“Ja, ik zei STOP, dit is mijn leven niet meer. Ik wilde stoppen met de chemische bestrijdingsmiddelen en biologisch gaan werken. Ik voelde hoe die bestrijdingsmiddelen mij langzaam maar zeker sloopten. Ze waren giftig, zowel voor mij als voor mijn land. Ik wilde ook een wijn maken die bij mij paste en ik wilde eerlijk zijn tegenover mijn klanten. Ik wilde een biologische en natuurlijke wijn maken. Ik was klaar om een nieuwe start te maken, maar hoe begin je?“
Op dat moment ontmoet Rémy mensen die het over biologische teelt hebben, maar hij ziet niet hoe daarmee de ziektes van zijn druiven is te voorkomen. Het blijft een avontuur; nog niemand in zijn omgeving heeft de stap gewaagd. Hij gaat echter op zoek en vindt biologische wijnmakers en vraagt hoe ze werken en welke problemen ze tegenkomen. Daarna gaat hij een opleiding volgen bij de “Kamer van Landbouw” in Carcassonne en daar ontmoet hij de nodige lotgenoten. Ulrike is in die tijd aan zijn zijde. Ze helpt hem, ze steunt hem, ze spoort hem aan. Met haar naast hem moet de overstap naar de biologische teelt mogelijk zijn.
Een overstap als een nachtmerrie
Het is 2002 en het besluit wordt genomen om over te stappen op de biologische teelt. Dat is het begin van nieuwe ellende. Een zogenaamde conversie, van traditionele teelt naar biologische teelt, duurt drie jaar. Gedurende die periode, moet de wijnmaker braaf de biologische regels volgen, hij moet biologisch werken. Daarentegen is het product, de wijn, nog niet biologisch. Hij kan dus nog niet de prijs verhogen. Echter, de biologische regels kosten wel veel meer arbeid en arbeid is duur. De lasten van een boerenknecht drukken zwaar op de verlies- en winstrekening van een wijnmaker en als de opbrengsten nog niet omhoog kunnen, kan dat al snel het begin van een nachtmerrie worden. Gelukkig zijn er in theorie subsidies om de wijnmaker te helpen in die moeilijke tijden. En dat was wel nodig; ze hadden net geïnvesteerd in een verbouwing en een vrachtwagen. Maar een en ander verliep niet als verwacht.
“Bij ons was het echt een nachtmerrie. Op het moment dat we begonnen, besloot Jacques Chirac om de subsidies te bevriezen: geen geld bij de staat, geen geld voor de boer. Daarna sloeg de zoveelste wijncrisis toe.”
Is dat erg? Ja, dat is erg. De prijzen gaan niet meer omhoog, ze gaan in een snel temp naar beneden. Daarnaast wordt het veel moeilijker om de wijn te verkopen. Op een gegeven moment kon Rémy zijn wijn – een AOC - verkopen aan een handelaar voor 50 Eurocenten de liter. Zo frustrerend weinig, dat hij niet verkoopt, met als gevolg dat zijn wijnvaten overstromen, de kas leeg is en de wanhoop het maximumniveau nadert. Dat was hun overstap.
Het ontwaken uit de nachtmerrie
Stapje voor stapje hebben ze zich uit het moeras gewerkt. Ze hebben als een idioot gewerkt, hun vrienden hebben hen geholpen en de verkoop in Duitsland werd een succes. Dankzij Ulrike konden ze in Duitsland proeverijen met daaraan gekoppelde verkoop organiseren. Die seances, type Tupperware-party, bleken zeer interessant. De Duitsers appreciëren het dat een Franse wijnmaker, die ook nog een beetje hun taal spreekt, van ver komt om zijn wijnen aan hen te laten proeven. Als die wijnen biologisch zijn, is het succes min of meer gegarandeerd. Duitsers zijn namelijk erg “bio”. Enige probleem: de administratieve en fiscale procedures om in Europa een fles wijn in een buurland te verkopen. Die procedures zijn niet alleen zwaar, maar ook onduidelijk. Maar, ze klagen niet. Na alles wat er gebeurd is met hen, is dit maar een klein probleempje.
Zwarte en witte magie
Vader en grootvader werkten op een manier die tegenwoordig biologisch wordt genoemd. De zoon kiest zijn eigen weg, die van de magische bestrijdingsmiddelen. Daardoor kan hij een snelle groei realiseren en wordt hij “grote” wijnmaker. Twintig jaar later beseft Rémy dat er sprake was van zwarte magie. Hij gooit het roer om en dankzij Ulrike, zijn vrienden en collega’s leert hij opnieuw de biologische werkwijze kennen. Kortom, de goede fee bestaat en zijn wijnen bewijzen dat.

Domaine Sainte Juste: les vins